Borneo binnen het verspreidingsgebied
Deze watervaraan komt op Borneo voor binnen een groter Aziatisch areaal. Reptile Database plaatst Borneose dieren in de ondersoort macromaculatus; de nominaatvorm is beperkt tot Sri Lanka.
Bronnen & referenties · 1
Reptile Database · Varanus salvatorWater en land
Het leefgebied omvat rivieroevers en de soort legt eieren. Een waarneming bij water toont een leefgebiedrelatie, geen vaste kijkplek. Dieren kunnen water en land gebruiken.
Bronnen & referenties · 1
Reptile Database · Varanus salvatorWater en voedselkansen
Het Sarawak-verslag noemt mangroven, oeverbos, moeras en landbouwgrond zolang water beschikbaar blijft. Het voedsel omvat zoetwaterkrabben, slangen, hagedissen en vogels, naast aas en voedselafval. Deze breedte verklaart voorkomen in uiteenlopende landschappen, zonder iedere veranderde habitat even geschikt te maken.
Bronnen & referenties · 1
Forest Department Sarawak · Monitor Lizard: Varanus salvatorRivieroevers in een versnipperd landschap
Kinabatangan-onderzoek bemonsterde 402 varanen en volgde veertien met GPS. Bos ondersteunde meer dieren dan oliepalmplantages; bewegingen verschilden tussen habitats. Water en dichte oeverondergroei waren bijzonder geschikt. Voedsel in plantages bevatte meer knaagdieren: habitatverandering kan eten veranderen terwijl de soort aanwezig blijft.
Bronnen & referenties · 1
Sergio Guerrero Sanchez / Cardiff University doctoral thesis · Ecology and health of the Asian water monitor lizard in the fragmented landscape of the Kinabatangan floodplainEen aaseter aan de rivieroever
Bij Sukau at een varaan in oktober 2015 aan een dood baardzwijn op een modderige rivieroever, waarbij hij zacht weefsel uit de buik haalde. Bij terugkeer van de waarnemers at hij nog. Dit toont aasconsumptie; het bewijst niet dat de varaan het zwijn doodde.
Bronnen & referenties · 1
Fitzsimons and Thomas / Biawak 10(2):48–50 · Feeding Behavior of an Asian Water Monitor on a Bornean Bearded Pig CarcassAndere maaltijden in bos en plantages
Sabah-waarnemingen uit 2018 vonden resten van een jong stekelvarken bij een bosmannetje en afval bij een plantagevrouwtje. De stekelvarkenresten suggereerden actieve jacht; afval toonde benutting van resten in veranderd landschap. Met slechts drie waarnemingen behandelden de auteurs een bredere voedselverschuiving als hypothese, niet als vaststaand besluit.


