Kenmerken
Water lost kalksteen op en vormt samenhangende structuren boven en onder de grond. Gunung Api en zijn grotten bij Mulu vormen een gedocumenteerd voorbeeld. Een foto van de Pinnacles toont bovengrondse karst, geen grotinterieur of bewijs van een bepaalde dierenpopulatie.
Bescherming
Bescherming moet grotten en hun bovengrondse omgeving samen behouden. In Mulu beïnvloeden biologische aanvoerstoffen uit het bos de grotten; in Niah beschermt zorgvuldig bezoek ook archeologische afzettingen. Volg aangewezen routes en laat rotsformaties intact.
Soorten in dit habitat
Voorbeelden in de gekoppelde soortprofielen zijn Witnestsalangaan. Hun profielen noemen de specifieke locatie en onderbouwing. Een habitatverband betekent niet dat de soort in elk deel van deze habitat voorkomt.
Bronnen & referenties · 5
IOC World Bird List · IOC species updates: Germain’s Swiftlet lumped with Edible-nest SwiftletJournal of Avian Biology / Price, Johnson and Clayton; University of Utah repository · The evolution of echolocation in swiftletsRaffles Bulletin of Zoology / Goh et al. / National University of Singapore · Genetic diversity among white-nest swiftlets of the genus Aerodramus of house-farms in MalaysiaNotornis 68(1) / Birds New Zealand · Arthropods in the diets of swiftlets in SabahOryx / study authors · Protection of the white-nest swiftlet in the Andaman Islands, India: an assessmentWaar dit habitat voorkomt
Mulu en Niah koppelen deze habitat aan twee onderzochte landschappen in Sarawak. Mulu staat voor natuurlijk erfgoed; Niah voor archeologische sporen in een kalksteenmassief. Dat betekent niet dat elke kalksteenlocatie in Sarawak dezelfde soorten, toegangsregels of beschermingsgrenzen heeft.
Beschermde gebieden
Gedocumenteerde landschappen om te verkennen zijn Nationaal park Gunung Mulu, Nationaal park Niah. Deze gebieden bevatten mozaïeken van habitats; deze habitat bedekt niet het hele oppervlak. Controleer de toegangsinformatie van elk gebied vóór een bezoek.
Ecologisch belang
Oppervlaktebos, beken en grotten wisselen water en biologische toevoer uit. Veranderingen boven de grond kunnen ondergronds doorwerken. Karst vraagt aandacht voor de hele afwatering, niet alleen spectaculaire rotsen. Duisternis en voedseltoevoer maken grotten heel anders dan het bos erboven.






