Herkenning
Het mannetje heeft lange smalle zwarte voorvleugels met felgroene driehoeken en kleinere groene vlakken op de achtervleugels. Rode haren achter de kop en voor op de borst zijn een extra kenmerk. Vrouwtjes zijn groter en doffer, met bruine, witte en groene patronen. Alleen mannetjesfoto’s geven dus een onvolledig beeld van de soort.
Bronnen & referenties · 1
Species account or primary research · National Museum of Natural Science: Trogonoptera brookianaLeefgebied en verspreiding op Borneo
Hij vliegt in boomkronen en langs open bosranden. Borneose waarnemingen omvatten Kutai National Park in Oost-Kalimantan. De verspreiding loopt verder naar het Maleisisch schiereiland en eilanden bij Sumatra. Bosranden, bloemrijke plekken en vochtige bodem bieden verschillende hulpbronnen; de rupsenvoedselplanten ondersteunen de volgende generatie.
Bronnen & referenties · 2
KSDAE, Ministry of Forestry · Mengenal flora dan fauna Taman Nasional KutaiSpecies account or primary research · National Museum of Natural Science: Trogonoptera brookianaGedrag
Mannetjes kunnen op vochtige rivierbeddingen bijeenkomen om water en mineralen op te nemen, wat de bekende groepen oplevert. Vrouwtjes bezoeken vaker bloemen. Dat vervult andere behoeften dan voedsel voor rupsen. Een groep mannetjes op de grond gebruikt tijdelijk een hulpbron; het is geen nest of kolonie zoals bij sociale bijen.
Bronnen & referenties · 1
Species account or primary research · National Museum of Natural Science: Trogonoptera brookianaVoedsel en ecologische rol
Rupsen eten Aristolochia-planten. Volwassen dieren gebruiken nectar en mineraalhoudend vocht, zodat bloemen alleen niet de hele levenscyclus bewaren. CITES-bijlage II regelt de handel in de soort, een extra reden om levende vlinders in hun habitat te waarderen en daar te laten.





